Loading...

Leertheorie : de 10 principes

Equitation Science gaat uit van 10 principes die gebaseerd zijn op leertheorie.

Wat is leertheorie?
Leertheorie is een wetenschappelijk bewezen theorie, die tegenwoordig door de meeste dierentrainers toegepast wordt (denk aan honden-, olifanten- en dolfijnentraining). Helaas zijn veel trainers in de paardenwereld zich hier nog niet zo bewust van.

Leertheorie is oorspronkelijk ontstaan uit onderzoek door de invloedrijke gedragspsycholoog B.F. Skinner, dat hij in 1938 publiceerde in het artikel “Het gedrag van dieren”. Dit artikel gaat over de verschillende leermechanismen bij dieren zoals bijvoorbeeld associatief en non-associatief leren.

Leertheorie verklaart dus hoe leren tot stand komt. Het benoemt bovendien duidelijke richtlijnen voor correcte training en voor methodes van gedragsverandering bij dieren. Dit betekent dan ook dat leertheorie geen trainingsmethode op zichzelf is, maar beter gezien kan worden als een meetlat om naast onze eigen trainingsmethodes te leggen. Zodat wij ons kunnen afvragen: ‘is mijn training effectief?’, ‘Ben ik duidelijk naar het paard toe?’, ‘Gebruik ik consequent dezelfde hulpen?’ 

Hieronder vind je de 10 principes op een rij. Kijk een kritisch naar hoe jij zelf met je paard omgaat, doorstaat jouw training de test van de wetenschap?

1.Train aan de hand van de cognitie en ethologie van het paard
Ethologie is het bestuderen van diergedrag. Dit verklaard het gedrag van het desbetreffende dier vanuit een evolutionair perspectief. Het paard is bijvoorbeeld heel sociaal, en schrikachtig, omdat het van nature een kuddedier en vluchtdier is. Cognitie betekent simpel gezegd hoe het brein van het dier werkt. Het brein van het paard verschilt wezenlijk van ons mensenbrein.

2. Gebruik leertheorie op de juiste wijze
Je training moet aansluiten bij de manier waarop het paard leert. Correct gebruik van positieve en negatieve bekrachtiging is hierin belangrijk. Maar ook, hou je training simpel, bouw het stap voor stap op en zorg hierbij voor identieke herhalingen.

3.Train signalen die makkelijk van elkaar te onderscheiden zijn
Dit betekent dat voor elk van de 10 basisreacties een andere hulp wordt gebruikt. Het moet voor het paard duidelijk zijn wat er met een bepaalde hulp bedoeld wordt. Als jouw hulpen niet duidelijk zijn, zal het paard in verwarring raken.

4. Leer nieuwe reacties en oefeningen stap voor stap aan
Verwacht niet te snel teveel. Niets gaat de eerste keer al perfect. Breek het aanleren van iets nieuws op in kleine stukjes, waarbij je eerst de simpelst mogelijke vorm van de oefening vraagt. Een handig hulpmiddel hiervoor is de zogenoemde trainingsschaal.

5. Gebruik 1 hulp tegelijk
Oftewel, geen been en hand tegelijk als je been ‘voorwaarts’ betekent en je hand ‘stop/langzamer’. Tegengestelde hulpen brengen je paard in verwarring. Het paard leert bovendien vaak te reageren op de hulp die voor hem het sterkst overkomt, wat maakt dat je ander hulp steeds minder effect heeft.

6.Train één reactie per hulp
Dit betekent dat er maar één goede reactie bestaat per gegeven hulp. Oftewel: één hulp heeft één betekenis. Als het paard bijvoorbeeld aangeleerd is dat teugeldruk ‘langzamer’ betekent, dan kan diezelfde teugeldruk niet ook ‘halsbuiging/nageven’ betekenen. Dit zorgt voor verwarring bij het paard, waarbij veel paarden minder goed zullen reageren op de teugels en gevoeligere paarden gespannen worden of zelfs hoofd/halsproblemen zoals hoofdschudden kunnen ontwikkelen.

7. Vorm consistente gewoontes
Elke hulp moet altijd, in alle omstandigheden, dezelfde betekenis hebben.

8. Train aanhoudende reacties (zelfhouding, ofwel ‘op eigen benen lopen’)
Blijf een hulp niet continue herhalen als je paard al reactie geeft. Dit zorgt ervoor dat het paard afstompt op je hulpen.

9.Voorkom vluchtgedrag
Omdat vluchtgedrag moeilijk uit te bannen is  en angst  versterkt. Door een duidelijke en logische opbouw van je training wordt veel stress en vluchtgedrag voorkomen. Voorkom dat het paard weg kan rennen als het toch ergens van schrikt.

10. Voorkom spanning en conflict in je training
Train op een kalme, rustige manier en zorg voor zo min mogelijk spanning en verwarring bij je paard. Een gespannen paard leert minder goed. Ook kan spanning in de training problemen met vluchtgedrag opleveren.

Deze 10 principes gelden voor alle paardenrassen ongeacht leeftijd en ongeacht in welke discipline van de sport, of voor welk werk het paard getraind wordt. Op de pagina leertheorie vind je meer achtergrondinformatie en worden de principes één voor één verder uitgelegd.